Hulpmiddelen inzetten


Wanneer de drie onderdelen van CAT doorlopen zijn is het tijd om hulpmiddelen te bedenken. Bij het kiezen van het juiste hulpmiddel is het van belang om rekening te houden met iemands niveau van executief functioneren. Ook is het van belang om rekening te houden met de manier waarop executieve functieproblemen zich uiten in zichtbaar gedrag (apathie, disinhibite of gemengd).

  • Redelijk executief functioneren

Iemand met een redelijk executief functioneren heeft moeite met complexe taken. Hierbij valt te denken aan het bijsturen van gedrag wanneer er iets fout gaat. Bij iemand met een redelijk executief functioneren kunnen hulpmiddelen subtieler en minder opvallend zijn dan bij iemand met een slecht executief functioneren. Ook kunnen (mogelijk) meerdere instructies tegelijkertijd gegeven worden en hoeven deze instructies niet tot in detail uitgeschreven te worden.

  • Slecht executief functioneren

Iemand met een slecht executief functioneren heeft moeite met het overzien van de stappen van relatief simpele taken. Hulpmiddelen die ingezet worden bij iemand met slecht executief functioneren moeten opvallender zijn en instructies moeten stap voor stap beschrijven hoe een taak uitgevoerd moet worden.

  • Apathie

Wanneer bij iemand apathie zichtbaar is moet hij/zij aangespoord worden tot gedrag. Prikkels waar een activiteit op moet volgen dienen opvallend te zijn. Zorg ervoor dat het hulpmiddel waar een activiteit op moet volgen vlakbij de activiteit geplaatst wordt en opvalt. Hulpmiddelen die helpend kunnen zijn bij disinhibitie:

Beeldhorloge/VoiceCue/mobiele telefoon/ingesproken wekker om iemand te herinneren en aan te zetten tot een activiteit. Hierin kunnen activiteiten ingevoerd worden die iemand wil doen. Op het gekozen tijdstip gaat er een tril-/piepsignaal af wat iemand aanzet tot gedrag.

Affiches met een opvallende kleur of tekst en verduidelijkende plaatjes. Vervang de affiches om de paar maanden zodat iemand er niet aan gewend raakt.  

Stappenplan om structuur aan te brengen in het uitvoeren van een activiteit. Zorg ervoor dat het stappenplan opvalt en hangt op de plek waar de activiteit uitgevoerd moet worden.

Checklist om overzicht aan te brengen in activiteiten die uitgevoerd moeten worden. Zorg dat taken op de checklist haalbaar zijn voor iemand. Ook is het prettig wanneer iemand een taak af kan strepen wanneer deze voltooid is.

  • Disinhibitie

Wanneer bij iemand disinhibitie zichtbaar is dient iemands leefomgeving gestructureerd te worden. Alle onnodige prikkels waar iemand afgeleid door raakt moeten verwijderd worden. Structuur aanbrengen kan door de ruimte te organiseren en irrelevante spullen op te bergen. Hulpmiddelen die helpend kunnen zijn bij disinhibitie:

Opberg bakken aanschaffen om spullen in te bewaren. Label deze bakken, zodat iemand weet wat erin zit.

Kast opruimen en labelen om meer structuur te bieden. Zorg ervoor dat er stickers geplakt worden op de plankjes waar het juiste kledingstuk hoort te liggen.

Verwijder accessoires uit het zicht van de persoon om op deze manier afleiding weg te nemen.

  • Gemengd gedragstype

Bij iemand met een gemengd gedragstype is het van belang dat hulpmiddelen aansporen tot gedrag, maar iemand niet afgeleid raakt door andere prikkels in de ruimte. Laat prikkels waar een activiteit op moet volgen opvallen (zoals bij apathie toegelicht is). Structureer ook de ruimte en zorg ervoor dat spullen waar geen activiteit om moet volgen niet in iemands zicht zijn (zoals bij disinhibitie toegelicht is).

Voorbeeld nodig?

Onder de subkopjes van hulpmiddelen zijn enkele voorbeelden weergegeven van hulpmiddelen die ingezet kunnen worden per levensdomein. Bij het zien van deze voorbeelden is het van belang om in gedachten te houden dat deze voorbeelden dienen ter inspiratie. CAT is een interventie die inspeelt op individuele behoeften en persoonsgeboden is. Dit maakt dat hulpmiddelen niet direct overgenomen kunnen worden, omdat deze niet voor iedereen passend zijn.